Archief voor de ‘VVS’ Categorie

Bib bib – hoera?

15 mei 2007

Ik heb in mijn kindertijd nooit van de bibliotheek gehouden. We gingen in de lagere school regelmatig (om de twee weken?) naar de bibliotheek, om je oude boeken in te leveren, en nieuwe uit te lenen. Nu, warhoofd als ik ben, vergat ik al eens mijn oude boeken mee te nemen. Dat was fout, en daar moest wel een straf aan hangen. Toen wist ik niet beter, of ik moest na het betalen van een monsterachtig hoge boete publiekelijk aan een schandpaal genageld worden. Dus ik deed wat mij het veiligste leek: ik hield mij gewoon stil, en bleef bij elk bezoek mooi aan de kant op een bank zitten terwijl de rest boeken uitzocht. Die twee boeken die hopeloos over tijd waren bleven mij beschuldigend aankijken vanuit mijn rek, dus heb ik op een gegeven moment zelfs mijn bibliotheekkaart verscheurd. Ik weet niet meer precies hoe dat is afgelopen, maar ik geloof dat mijn vader op een gegeven moment die boeken heeft binnengedaan en de boete heeft betaald.

Ik heb mij dan jarenlang ver van alle bibliotheken gehouden. Dat betekent niet dat ik nooit meer gelezen heb, integendeel. Als je met mijn moeder afspreekt in Hasselt, is dat altijd in de Standaard Boekhandel. Ze is zelfs even ECI-lid geweest, tot ze ruzie kreeg omdat je daar regelmatig boeken moet kopen. En met mijn meter trok ik rond mijn verjaardag of Kerstmis altijd naar de Poespas in Hasselt om daar met een stapel vers leesvoer buiten te komen.

Mijn interesse is pas terug op gang gekomen toen we in het zesde een werkje moesten maken over Joegoslavië (of wat daar nog van overschoot). Iemand van onze groep had een boek nodig om over de geschiedenis te kunnen schrijven (toen was er nog geen Wikipedia…), en ik was blijkbaar de enige die geld bijhad om een lidkaart te kunnen betalen. Dat boek is trouwens ook een dag te laat binnengeleverd, wat mij toen toch 25 frank moet hebben gekost. Een geluk dat ik toen toch al wat meer zakgeld kreeg.

Maar goed, eenmaal je zo’n lidkaart hebt, moet je die toch gebruiken. ‘t Is toch een gemak dat je een hoop boeken, CD’s, DVD’s… eens kan uitproberen: als ze je niet bevallen, geen probleem, dan breng je ze gewoon terug (al wringt dat soms ergens). Sindsdien ga ik ook nog naar de Standaard, maar dan enkel om titels te noteren, die ik dan later uitleen.

En ja, ik heb regelmatig nog wel een boete, maar dankzij het krediet van vijf euro dat je mag opbouwen, volstaat het op éénmaal per jaar, als je toch je lidmaatschap moet vernieuwen, meteen die paar euro’s bij te betalen. In Genk is het zelfs nog beter: daar kan je een SMS’je krijgen als je boek binnenmoet (een systeem dat door Lithium wordt verzorgd trouwens). Stel dat ik mijn portefeuille moest afgeven en in het vervolg slechts met één kaart door het leven moest gaan, dan zou ik twijfelen tussen mijn Buzzy Pass en mijn bibliotheekkaart. Waarschijnlijk zou ik dan besluiten dat ik met mijn fiets ook wel overal geraak.

Het verhaal is iets anders als ik het heb over onze universiteitsbibliotheek. Zeker, de collectie is redelijk uitgebreid en up-to-date te noemen, zeker vergeleken met het aantal studenten aan de unief. En ja, dat openingsuren zijn ook voldoende ruim. Standaard leen je uit voor vier weken, en kan je in theorie slechts éénmaal verlengen (al volstaat het dikwijls om eens lief te kijken naar de jobstudent-van-dienst: ga dus altijd ’s avonds naar de bib!).

Wee je echter als je een boek te laat binnenbrengt: dan mag je een maand lang niets meer uitlenen. Zeer handig als je volop in een thesis of iets dergelijk zit. Een herinnering sturen? Daar doen ze niet aan mee! Het zou maar al te logisch zijn om in de database te kijken welke studentennummer er achter welk lidnummer zit, en een klein mailtje te sturen als je je boek moet binnenbrengen. Zelfs een overzicht van je ontleende boeken is niet gemakkelijk te krijgen: dan moet je eerst een aparte bibliotheek-login krijgen, want met je studentengegevens lukt dat niet (alhoewel ze wel je studentenkaart scannen als je een boek uitleent).

Nog verwarrend is dat de catalogus gedeeld wordt door een hoop wetenschappelijke instellingen in Antwerpen en Limburg. Dat betekent dat als je een resultaat krijgt op je vraag, er een goede kans is dat het boek in kwestie enkel ergens in Antwerpen op een rek staat. Er zijn nu wel enkele verbeteringen om dit duidelijker aan te duiden, maar het kan toch nog een stuk gemakkelijker (bijvoorbeeld door er al initieel een locatie-beperking in te steken, die je dan indien gewenst kan uitschakelen).

In Limburg hebben een hele hoop bibliotheken zich ook gegroepeerd onder de vleugels van de Provinciale Bibliotheek, maar daar is het toch wat slimmer gegaan. Je kan inderdaad zoeken in heel de catalogus, maar standaard is de zoekopdracht beperkt tot enkel jouw locatie. Als je toch een boek ergens anders vindt, kan je het daar zonder problemen gaan lenen, met jouw bestaande kaart, zonder extra kosten.

Waarom kan zoiets ook niet voor de bibliotheken van de universiteiten en hogescholen in Vlaanderen? In mijn ideale wereld zou ik met mijn studentenkaart van eender welke instelling in eender welke andere bibliotheek kunnen binnenwandelen, daar boeken raadplegen en uitlenen, zonder extra kosten. Nu plakt er boven het toetsenbord van de balie bij ons een duidelijk label: “KHLim = betalen!”. Het feit dat je gewoon de straat oversteken is niet van tel: andere associatie = andere wereld. Ze moeten niet afkomen met het argument dat dit voor grote scheeftrekkingen gaat zorgen, dat één instelling verhoudingsgewijs veel meer bezoekers gaat krijgen, en daar geen extra financiering voor in de plaats krijgt. Het gaat volgens mij al niet om echt grote aantallen gaan, en wat is de marginale kost van een extra bezoeker? (Niet te verwarren met de kost van een extra marginale bezoeker trouwens.) Op dit moment wordt er ook niet tot op de cent nauwkeurig nageteld hoe het met de inschrijvingsgelden en zo van Erasmusstudenten zit: je bent maar al te blij dat je instelling zo gewaardeerd wordt dat er studenten van ergens anders naar jou willen komen.

Nog zoiets onnozel is het feit dat het blijkbaar niet mogelijk is om in een andere instelling met jouw laptop een internetverbinding te krijgen. Bij ons moet je al fysiek je laptop afgeven voor een controle (alhoewel ik de indruk heb dat ze met een Mac niet echt iets doen) en registratie van je mac-adres, en sinds kort moeten we zelfs elke keer als je ‘m insteekt nog eens via een registratiepagina. Idem (maar met een aparte registratie) voor het draadloze netwerk dat sinds begin dit jaar wordt uitgetest. Buitenstaanders hebben dus geen mogelijkheid om via hun laptop snel eventjes hun mails binnen te halen, of een website te tonen als ze hier een gastcollege komen geven.

In Nederland en Duitsland hebben de universiteiten blijkbaar samengewerkt, want daar kan je met de login-gegevens van je eigen universiteit ook ergens anders een (tijdelijke? beperkte?) verbinding krijgen. Weeral de vraag: waarom kan dit bij ons niet? Ik snap wel dat ze niet willen dat iedereen constant het netwerk overbelast door Prison Break heen en weer te sturen, maar kan daar toch geen tussenoplossing worden uitgedacht?

Ik zou misschien deze zaken eens wat gestructureerder moeten noteren, en ze in de vorm van een standpunt of zo gieten, klaar om via VVS naar alle studentenraden te verspreiden, zodat er druk langs de boven- en de onderkant op de verantwoordelijken komt. Nu ze een burgie aan het hoofd hebben gezet, zou dat misschien wel iets kunnen uithalen?

Moreel verslag als voorzitter van VVS

28 februari 2007

VVS is geen evidente organisatie. Haar grote kracht, de constante energiestroom die je krijgt door elke jaar nieuwe vertegenwoordigers te zien, is ook haar grootste bedreiging: het altijd dreigende gevaar om de continuïteit te verliezen. Het is ook een geweldige plaats om een uniek zicht te krijgen op de boeiende, want steeds in ontwikkeling zijnde, wereld van het hoger onderwijs. Het was vooral dit laatste dat mij overtuigde om de sprong te wagen naar het voorzitterschap van de organisatie. Anderhalf jaar later, ouder en wijzer, denk ik nog altijd tevreden te mogen zijn met deze keuze.

Uiteraard zijn er fouten gemaakt, in de eerste plaats door mezelf, door onervarenheid, of omdat ik bepaalde capaciteiten die een voorzitter nodig heeft niet of onvoldoende bezat. Maar goed, we hebben geroeid met de riemen die we hadden. En dat waren er toch een aantal. Een Raad van Bestuur waar we met z’n zevenen tegelijk in het bad werden gegooid. Dominiek, Els, Harko, Inge, Inge en Sara, jullie waren onbetaalbaar. Een staf die gelukkig op wat meer ervaring kon buigen, maar die toch steeds nieuwe turbulente perioden moesten induiken. Geert, Hannelore, Michaël, Nele en Peter, jullie waren wel betaalbaar, maar eigenlijk nooit genoeg. De AV, onze dichtste vrienden, maar gelukkig tegelijk onze hardste critici, want het was in jullie naam dat wij spraken. Het zijn deze drie pijlers waar de vereniging op steunt. Drie pijlers met elk een dynamiek, waardoor op het geheel soms een gevaarlijk grote rek komt te staan. De idee en de overtuiging van het nut van een sterke studentenoverkoepeling wordt gelukkig door de meerderheid gedeeld, waardoor we tegen een stoot(je), van binnen- of buitenaf, bestand zijn.

En zo hebben we het afgelopen jaar toch heel wat bereikt. Dit jaarverslag probeert er een overzicht van te geven, in de mate dat zoiets op papier te vatten is. De echte invloed die VVS zal gehad hebben in de verschillende dossier waar we onze mening over hebben uitgesproken, zal pas op termijn kunnen ingeschat worden. Als student zijn we het niet gewoon – kunnen we het nog niet gewoon zijn – om onze eigen prestaties op langere termijn te bekijken. Er is eenvoudigweg geen tijd om een tijdje stil te staan en na te denken over de eigen handelingen. Wie dat probeert, wordt altijd wel door iemand tot de orde van de dag geroepen, want altijd zijn er wel nieuwe problemen die zich aandienen, nieuwe dossiers waar we een mening over moeten hebben (of net over zouden moeten zwijgen), nieuwe discussies die dreigen te ontsporen. We willen zoveel, nemen misschien (zeker!) teveel hooi op onze vork, waardoor niet alles voldoende aandacht kan krijgen. Het was nochtans een wijs man die mij ooit verteld heeft dat je soms iemand gelukkiger maakt door meteen “nee” te zeggen, dan door iets toe te zeggen en dan later teleur te moeten stellen. Maar kunnen we ons die als studentenorganisatie wel veroorloven? Wie heeft voldoende onafhankelijkheid om een weldoordacht oordeel te vellen, maar is tegelijkertijd ook voldoende betrokken om gedragen te zijn door de achterban? Een achterban die bovendien regelmatig vernieuwt, en (uiteraard) alles altijd opnieuw in vraag stelt? Ik heb erover proberen nadenken, maar ik weet niet of hier een goed antwoord op te formuleren is.

Ergens spijt het me dat ik maar een jaar de tijd had, want één jaar is veel te kort om echt in deze functie te komen. Langs de andere kant is het ook goed dat ik op voorhand voor mezelf een eindpunt had gesteld. Je moet kunnen zeggen wanneer het gedaan moet zijn, wanneer je weer verder zal gaan met je leven. Zowel voor jezelf als voor de organisatie is het niet goed als er schoonmoedercomplexen dreigen op te treden. Het is dan ook mijn geluk dat ik veel vertrouwen kan hechten aan de nieuwe ploeg, die reeds bewezen hebben dat ze ook tegen de hetere vuurtjes bestand zijn. Ik hou me nu dan ook met een gerust hart terug bezig met mijn eerste passies, die ik ooit op het einde van mijn officiële kandidatuurstelling had beschreven, en die gelukkig stuk voor stuk nog altijd nauw aan mijn hart liggen. Het zijn ook die passies die ook door die enkele moeilijke momenten – gelukkig steeds van korte duur – hebben gesleept.

VVS, wat heb je me geleerd? Dat niets vanzelfsprekend is. Dat de meeste zaken ook niet zullen gaan zoals je voorziet, dat je ten dele kan plannen, maar ook los moet durven laten. Dat het (hoger) onderwijs één van de belangrijkste pijler is van de maatschappij, niet alleen omdat je daar de toekomstige generaties vormt, maar ook omdat je, als waren het jaarringen in een boomstam, de maatschappelijke evoluties van de voorbije decennia in haar structuren kan terugvinden. Dat de fouten die intern het sterkst bekritiseerd worden, door de buitenwereld soms helemaal niet opgemerkt werden. Maar goed, dat laatste is een les die ik ook al in het toneel had geleerd.

Het ga je goed, VVS. Je verdient het. Je verdient de meest gemotiveerde bestuurders die er maar te vinden zijn. De meest capabele stafmedewerkers die er in Vlaanderen rondlopen. De meest betrokken leden in je AV, die kritisch, maar altijd met liefde, je volgende bestemming uitkiezen. Je bent een gewaardeerde stem in het onderwijslandschap, betrouwbaar om haar gedegen kennis, maar ook bevreesd als het moet, je laat je niet zomaar het zwijgen opleggen. Ik zal je niet gauw vergeten.

Diepenbeek, op een te warme en te natte dag voor de tijd van het jaar.