Moreel verslag als voorzitter van VVS

Opgelet, ik heb mijn blog verhuisd. Je kan deze tekst beter lezen op de nieuwe locatie.

VVS is geen evidente organisatie. Haar grote kracht, de constante energiestroom die je krijgt door elke jaar nieuwe vertegenwoordigers te zien, is ook haar grootste bedreiging: het altijd dreigende gevaar om de continuïteit te verliezen. Het is ook een geweldige plaats om een uniek zicht te krijgen op de boeiende, want steeds in ontwikkeling zijnde, wereld van het hoger onderwijs. Het was vooral dit laatste dat mij overtuigde om de sprong te wagen naar het voorzitterschap van de organisatie. Anderhalf jaar later, ouder en wijzer, denk ik nog altijd tevreden te mogen zijn met deze keuze.

Uiteraard zijn er fouten gemaakt, in de eerste plaats door mezelf, door onervarenheid, of omdat ik bepaalde capaciteiten die een voorzitter nodig heeft niet of onvoldoende bezat. Maar goed, we hebben geroeid met de riemen die we hadden. En dat waren er toch een aantal. Een Raad van Bestuur waar we met z’n zevenen tegelijk in het bad werden gegooid. Dominiek, Els, Harko, Inge, Inge en Sara, jullie waren onbetaalbaar. Een staf die gelukkig op wat meer ervaring kon buigen, maar die toch steeds nieuwe turbulente perioden moesten induiken. Geert, Hannelore, Michaël, Nele en Peter, jullie waren wel betaalbaar, maar eigenlijk nooit genoeg. De AV, onze dichtste vrienden, maar gelukkig tegelijk onze hardste critici, want het was in jullie naam dat wij spraken. Het zijn deze drie pijlers waar de vereniging op steunt. Drie pijlers met elk een dynamiek, waardoor op het geheel soms een gevaarlijk grote rek komt te staan. De idee en de overtuiging van het nut van een sterke studentenoverkoepeling wordt gelukkig door de meerderheid gedeeld, waardoor we tegen een stoot(je), van binnen- of buitenaf, bestand zijn.

En zo hebben we het afgelopen jaar toch heel wat bereikt. Dit jaarverslag probeert er een overzicht van te geven, in de mate dat zoiets op papier te vatten is. De echte invloed die VVS zal gehad hebben in de verschillende dossier waar we onze mening over hebben uitgesproken, zal pas op termijn kunnen ingeschat worden. Als student zijn we het niet gewoon – kunnen we het nog niet gewoon zijn – om onze eigen prestaties op langere termijn te bekijken. Er is eenvoudigweg geen tijd om een tijdje stil te staan en na te denken over de eigen handelingen. Wie dat probeert, wordt altijd wel door iemand tot de orde van de dag geroepen, want altijd zijn er wel nieuwe problemen die zich aandienen, nieuwe dossiers waar we een mening over moeten hebben (of net over zouden moeten zwijgen), nieuwe discussies die dreigen te ontsporen. We willen zoveel, nemen misschien (zeker!) teveel hooi op onze vork, waardoor niet alles voldoende aandacht kan krijgen. Het was nochtans een wijs man die mij ooit verteld heeft dat je soms iemand gelukkiger maakt door meteen “nee” te zeggen, dan door iets toe te zeggen en dan later teleur te moeten stellen. Maar kunnen we ons die als studentenorganisatie wel veroorloven? Wie heeft voldoende onafhankelijkheid om een weldoordacht oordeel te vellen, maar is tegelijkertijd ook voldoende betrokken om gedragen te zijn door de achterban? Een achterban die bovendien regelmatig vernieuwt, en (uiteraard) alles altijd opnieuw in vraag stelt? Ik heb erover proberen nadenken, maar ik weet niet of hier een goed antwoord op te formuleren is.

Ergens spijt het me dat ik maar een jaar de tijd had, want één jaar is veel te kort om echt in deze functie te komen. Langs de andere kant is het ook goed dat ik op voorhand voor mezelf een eindpunt had gesteld. Je moet kunnen zeggen wanneer het gedaan moet zijn, wanneer je weer verder zal gaan met je leven. Zowel voor jezelf als voor de organisatie is het niet goed als er schoonmoedercomplexen dreigen op te treden. Het is dan ook mijn geluk dat ik veel vertrouwen kan hechten aan de nieuwe ploeg, die reeds bewezen hebben dat ze ook tegen de hetere vuurtjes bestand zijn. Ik hou me nu dan ook met een gerust hart terug bezig met mijn eerste passies, die ik ooit op het einde van mijn officiële kandidatuurstelling had beschreven, en die gelukkig stuk voor stuk nog altijd nauw aan mijn hart liggen. Het zijn ook die passies die ook door die enkele moeilijke momenten – gelukkig steeds van korte duur – hebben gesleept.

VVS, wat heb je me geleerd? Dat niets vanzelfsprekend is. Dat de meeste zaken ook niet zullen gaan zoals je voorziet, dat je ten dele kan plannen, maar ook los moet durven laten. Dat het (hoger) onderwijs één van de belangrijkste pijler is van de maatschappij, niet alleen omdat je daar de toekomstige generaties vormt, maar ook omdat je, als waren het jaarringen in een boomstam, de maatschappelijke evoluties van de voorbije decennia in haar structuren kan terugvinden. Dat de fouten die intern het sterkst bekritiseerd worden, door de buitenwereld soms helemaal niet opgemerkt werden. Maar goed, dat laatste is een les die ik ook al in het toneel had geleerd.

Het ga je goed, VVS. Je verdient het. Je verdient de meest gemotiveerde bestuurders die er maar te vinden zijn. De meest capabele stafmedewerkers die er in Vlaanderen rondlopen. De meest betrokken leden in je AV, die kritisch, maar altijd met liefde, je volgende bestemming uitkiezen. Je bent een gewaardeerde stem in het onderwijslandschap, betrouwbaar om haar gedegen kennis, maar ook bevreesd als het moet, je laat je niet zomaar het zwijgen opleggen. Ik zal je niet gauw vergeten.

Diepenbeek, op een te warme en te natte dag voor de tijd van het jaar.


%d bloggers op de volgende wijze: