Zwemmer zwem

Kijk eens aan, een nieuw blogbericht. Da’s ook al een hele tijd geleden. Mijn dagen waren (en zijn) dan ook goedgevuld, dus dan schiet er niet meer veel tijd over om iets te schrijven. Maar hoe kan ik jullie, mijn trouw publiek, in de steek laten? Daarom hier een bericht dat al een tijdje in mijn hoofd zit, en er nu uit kan vloeien.

Sinds een tijdje zijn Katrien en ik terug regelmatig aan het zwemmen. Als student mag ik gratis binnen (gratis bestaat niet, dus dank u Dries!), en vroeger (toen de dieren nog spraken, en er nog geen eindwerken bestonden) hebben we dat een tijdje gedaan met een aantal informatici. Dat was toen echter niet veel meer dan een half uurtje in ’t water hangen, zo nu en dan een baantje trekken, en weer wat hangen.

Katrien heeft in haar jonge tijd nog een aantal jaren in een zwemclub gezeten, en verwacht er dus wat meer van. Ik beleefde niet zoveel plezier aan die baantjes, vooral omdat ik een slechte techniek had. Ik was de helft van de tijd bezig het water uit mijn ogen te houden om te zorgen dat ik niet tegen mijn voor- of zijganger zwom, want ik ben niet zo chloor-bestendig. Dat betekent dat ik probeerde te vermijden dat mijn hoofd onderging, maar bij een schoolslag verspil je hierdoor veel energie. Simpel te verhelpen: een zwembril ergens in een uitverkoop gevonden (een Speedo aan 9 euro), en we kunnen verder (wel nog even wennen: ergens zit nog die schrik dat er water gaat binnenlopen, waardoor je je ogen samentrekt, waardoor er water binnenloopt – maar het gaat al beter).

Op naar de volgende hindernis: mijn eeuwig lopende neus. Die blijkbaar een stuk verergert als daar (chloor)water binnenkomt. Waardoor ik (naar mijn aanvoelen) toch wel een aantal liters snot in de filters heb doen belanden. Maar kijk, ook daar bestaat een remedie voor: altijd zien dat je uitademt als je onder water zit. Anders waren het van die neusknijpers geweest, maar dat is teveel van het goede voor mij (ik raak die dingen toch maar kwijt).

De ellende aan die baantjes is dat je natuurlijk nooit even snel gaat als de anderen. Katrien heeft ongeveer twintig baantjes van 25 meter nodig om mij te dubbelen. Dat heeft met haar zwemclubverleden te maken, maar toch: ik heb de geweldige Fabry-kuiten geërfd, dus die zouden mij toch een voordeel moeten geven? Die zouden dat moeten ja, ware het niet dat ik ze verkeerd gebruik. Ik weet nog niet precies hoe, maar Katrien (die altijd behoorlijk wat tijd achter mij zit, als ze probeert in te schatten wanneer het juiste moment is om mij voorbij te steken zonder op mijn hart te trappen), beweert dat ik niet gelijkmatig trap. Eén been slaat een beetje raar uit. Ik weet nog niet waar het precies aan ligt, maar het is waarschijnlijk een combinatie van te dicht tegen de rand van je baantje zwemmen, waardoor je altijd moet vermijden dat je in het baantje naast je iemand in z’n maag trapt, en je daar inhoudt, en, vooral, een zwemshort die wel goedkoop was (4 euro, daarna teruggezien in de solden voor 8 euro), maar toch net een beetje raar komt zitten, waardoor je je been niet volledig kan uitslaan. Ik kan het niet precies omschrijven, maar er zit ergens iets raar gewikkeld of zo.

Maar goed, techniek kunnen we verbeteren, dus vandaag heb ik dat geprobeerd. Waarbij ik meteen op de limieten van mijn eigen kunnen ben gebotst. Want ik ben een man, en, mocht dat niet duidelijk zijn, niet eentje van het multi-tasking type (want dat was ik een vrouw). Als ik op meerdere dingen tegelijk moet letten, loopt dat onherroepelijk verkeerd af. In het verkeer is dat nog niet zo erg (met mijn fluovest en helm blijven alle andere weggebruikers toch uit de buurt), maar in het zwembad speel je met je eigen drijfvermogen, en een fout heeft directe gevolgen. Ik som even op, en u zal zien dat het een wonder is dat ik het telkens overleef. Ik moet: a) zorgen dat ik onder water door mijn neus uitadem; b) zorgen dat ik boven water pas terug inadem langs mijn mond; c) gecoördineerd met mijn armen slaan; d) gecoördineerd met mijn benen slaan; e) uitkijken naar andere zwemmers in de buurt, en zonodig mijn koers aanpassen, zonder hierbij nieuwe zwemmers midscheeps te treffen; f) luisteren naar de redders, want ik denk altijd dat ze op mij aan het fluiten zijn (en ik zie daar ook geen vijf meter zonder bril!); g) tellen hoeveel baantjes ik al gezwommen heb (hierover zodadelijk meer); h) mentaal in een Zen-status komen, want we zwemmen tenslotte om te ontspannen. De aandachtige lezer merkt dat ik mij achtereenvolgens verslik, mijn neus begint te lopen, iemand in gebloemd badpak nét niet vol op de neus stamp, panikeer, en tenslotte kramp krijg, net in het diepste deel.

Goed, na deze zever (wat niet betekent dat het niet waar is), nog een stukje dat misschien wel serieuzer kan zijn. Ik hou dus inderdaad het aantal gezwommen baantjes, zo heb je een richtpunt om te stoppen, en om te weten of het beter of minder goed gaat dan de vorige keer. Ik probeer nu altijd twee keer twintig baantjes te zwemmen, dus duizend meter in totaal. Het is in een zwembad echter niet zo simpel om de tel bij te houden: het lijkt allemaal op elkaar, en al snel weet je niet meer of je nu aan baantje tien of twaalf bezig bent. Dat is natuurlijk allemaal niet zo belangrijk, maar ’t zou toch leuk zijn om te weten. Net zoals je bij de bowling achteraf een papiertje met je uitslag meekrijgt, en je de volgende keer kan zien of je het beter doet, en zo ja, bij welke beurten, zou je zoiets bij het zwemmen moeten kunnen doen. Zou het niet mogelijk zijn een systeem te ontwerpen dat goedkoop voor elke zwemmer kan bijhouden wat diens tijden (ongeveer) zijn? Het moet niet zo precies, ’t is gewoon om te zien of je deze week een stuk minder bent dan de vorige of zo. Die secondenklokken helpen mij niet, want die zie ik dus niet duidelijk genoeg). Stel dat je iedereen een RFID-polsbandje geeft (wat sommige zwembaden al doen voor het kastjesbeheer), zou je dan niet aan de uiteindes van het zwembad op een of andere manier een lange (waterdichte!) RFID-ontvangstrook kunnen maken? Je kan dan detecteren wanneer die pols dichter dan dertig centimeter of zoiets is, en daaruit afleiden hoe lang er over een baantje is gedaan. Achteraf kan je dat dan mooi in een tabelletje gieten, en meegeven (of on-line bijhouden, zoals die Nike+iPod mannen, om er een beetje mee te stoefen).

Ik weet niet, zou dat geen leuk ideetje zijn voor een student-ingenieur die nog een onderwerp voor een eindwerk zoekt of zo? Een kleine vermelding in het dankwoord is genoeg🙂

6 Reacties to “Zwemmer zwem”

  1. Fery Vanhemelryck Says:

    Ik heb spijtig genoeg al een onderwerp🙂 Maar het is wel een leuk idee. Al aan contactlenzen of een duikbril op sterkte gedacht? Ik doe meestal daglenzen aan om te gaan zwemmen.

  2. cheezy Says:

    Bedankt voor de suggestie, maar toch maar niet. Ik behoor tot die groep brildragers die er niet van het idee houdt met je vingers in je ogen te moeten koteren. Als ik bedenk wat er dan allemaal kan misgaan… Dat wordt al puntje i) om op te letten, dan kom ik zeker nooit in het water.

  3. Jelle Says:

    Geweldige zwemtechniek. Ik moet zelf zeggen, ik ben ook geen topzwemmer, maar het kost me toch iets minder concentratievermogen dan dit. Al eens gedacht aan een andere zwemslag dan schoolslag?

  4. Peter Dedecker Says:

    Een neusknijper is echt handig hoor, en valt wel mee om bij te houden: gewoon altijd bij je zwembril bewaren of als je langs de kant in het water hangt, in de zak van je zwemshort stoppen. Ik gebruik dat ook, mij lukt het immers niet om onder water mijn neus dicht te houden, het water stroomt er gewoon in. Hatelijk.

    Nu ja, ik heb in mijn jonge jaren ook in een zwemclub gezwommen, met een instructrice die verzot was op haar chrono en de tijden die we zwommen nauwlettend in de gaten hield. Daar heb ik echter niet veel meer van overgehouden, het is een ramp nu.

    Dat van die RFID-strip en RFID-tags in de polsbandjes (van de kastjes): daar heb ik ook al aan gedacht en besproken met een kameraad. Je komt achter man🙂 Nu ja, ik had het maar moeten patenteren zeker?

  5. Domi Says:

    Dan heb je nog gezwegen over rugslag. Probeer maar eens te detecteren of je het einde van de baan nadert. Zonder sonar in uw hersenpan is dat niet zo simpel. Je kan proberen achter u te kijken door uw hoofd nog meer naar achter te duwen, maar voor je het weet ben je duikboot aan het spelen. Een misschien kunt ge dat polsbandje zo maken dat het begint te vibreren als je de kant nadert.

  6. Peter Dedecker Says:

    Ging jij niets schrijven over universiteitsbibliotheken?

Reacties zijn gesloten.


%d bloggers op de volgende wijze: