Archive for juli, 2007

Ik laat jullie bidden voor…

31 juli 2007

Mijn zus trouwt binnenkort, en ze wilt ons als broers en zussen natuurlijk betrekken bij de viering. Zo kwam ze gisteren binnen met een stukje uit het misboekje, en de vraag of ik dit wou lezen: “Wij bidden ook voor onze dierbaren die overleden zijn, met name voor die en die…”. Klein probleempje: ik geloof niet. En bid dus ook niet. Die zinnen, ook al zijn het er maar twee, gaan voorlezen in een kerk lijkt mij nogal hypocriet. Dus heb ik vriendelijk neen gezegd (wat ze trouwens wel begreep hoor, maar ’t is natuurlijk wel wat lastig voor de planning).

Mijn jongere zus vindt mij weer geweldig onnozel dat ik mijn principes niet eventjes kan negeren voor die paar zinnetjes. Het is natuurlijk niet veel, en ik zou er haar een plezier mee kunnen doen (want er zijn niet veel anderen die die zinnen kunnen zeggen omdat ze enkel op onze situatie van toepassing zijn). Eventjes werd er overwogen om de stukken van mijn jongste zus en mij te wisselen, zodat ik een verhaaltje over de trouwkaars mocht voorlezen (waarin geen expliciete religieuze verwijzingen zaten), maar daar paste ik blijkbaar niet zo in het kader.

Voor mij is het eenvoudig natuurlijk: ik werk met alle plezier mee aan dat huwelijk, en als zij die graag in een kerk vieren, dan kom ik ook met het volste genoegen, maar ik ga niets lezen waar ik zelf niet achter sta. En als ik dan nergens in de planning pas: geen probleem, het is hun viering, ik moet daar niet speciaal een plaats in krijgen. Maar ben ik nu echt zo’n PITA als ik dit niet wil doen?

Advertenties

Alles komt terug

29 juli 2007

Sinds de universiteiten waren gedemocratiseerd, wat inhield dat hij bijna elke week vele uren moest vergaderen om mensen die niets afwisten van de zaken waarover ze praatten, de gelegenheid te geven van hun democratische recht gebruik te maken er toch het hoogste woord over te voeren, ergerde hij zich.
Al drie jaar moest hij nu zijn tijd aan deze onbenullige nieuwigheid verknoeien. Tot wetenschappelijke arbeid van enige betekenis kwam hij niet meer.
[…]
Twee dagen had de Laboratoriumraad, samengesteld uit twee hoogleraren, twintig wetenschappelijke ambtenaren, vijftig studenten en dertig secretaresses, instrumentmakers, laboranten en schoonmakers, benevens de portier, hierover vergaderd van ’s ochtends elf tot ’s avonds elf. Er was gestemd. De stem van de portier – een luie communist – had de doorslag gegeven.

Een uittreksel uit de eerste twee pagina’s van Onder professoren, een roman van Willem Frederik Hermans uit 1975, waarin hij het verhaal vertelt van een professor aan een Nederlandse universiteit die de Nobelprijs wint, maar waar de politieke spelletjes om hem heen ertoe leiden dat hij steeds meer bijzaak wordt. Ik ben erin begonnen nadat Christophe Vekeman me in het oor fluisterde dat het zeker een aanrader is voor iedereen die ooit met ontzag naar een professor heeft opgekeken. Ik moet enkel nog aan toevoegen dat zeker ook studentenvertegenwoordigers, die regelmatig zelf de (ijdele) hoop hebben dat er iemand naar hun opkijkt (of toch tenminste niet op hun neerkijkt), er ook zeer veel plezier aan gaan beleven. Zeker de passages over de studenten die een actie plannen zijn ten zeerste aan te raden. Wat een heerlijke tijd, toen de studenten nog gewoon aan de kant van de arbeiders stonden. Maar wel met een Yamaha willen rondrijden…

“Duizend cc motor, dat gaat hard, kind. Als ik niet zo de pest had aan de politie, zouden we eventjes kunnen proefrijden. Maar weet je, ik zou voor het een of het ander aangehouden kunnen worden en ze zouden mijn rijbewijs kunnen vragen, dat ik niet heb. Daar zou ik eenvoudigweg niet tegen kunnen, begrijp je. Door zo’n klungel betrapt te worden! Zo’n oetlul het gevoel geven dat hij in zijn recht staat!”
“Dat zou ik dan maar niet doen.”
“Ik had het rij-examen wel gehaald, maar op een bepaald ogenblik dacht ik, toen die man zei: Nou linksaf, ik dacht: Jezus, man. Wie zegt jou dat ik linksaf moet en toen vond hij dat ik de bocht te krap nam.”
“Je bent te fijnbesnaard om rij-examen te doen.”

Feest!

21 juli 2007

Eindelijk een fatsoenlijke feestdag, en niet zo wat van die softe zever zoals tien dagen geleden. Zo wat linkse kleinkunst, bouw je daar een natie mee op? Neen, een militaire parade, dat lijkt er al meer op!

Enfin, ik heb er niet zoveel van gemerkt: ik heb vandaag al vier uur gewerkt, en de nieuwe Harry Potter gehaald in een winkel die daar speciaal voor openging. Hoera voor de kleine zelfstandige!

Gisteren in de AS Adventure

13 juli 2007

“Goeiedag, ik zoek een muskietennet”
“Ah leuk, waar gaat u heen?”
“Euh… ’t Is eigenlijk niet voor mij, maar voor mijn broer.”
“Ah, en waar gaat hij heen?”
“Euh… ’t Is eigenlijk om thuis boven zijn bed te hangen, tegen de muggen.”
“Ah. Nu ja, dat moet ook kunnen zeker?”

Mijn toekomst zou dus muggenbeten-vrij moeten zijn, nadat ik Katleen gisteren op expeditie heb gestuurd om een muggennet te gaan halen. We hebben hier wel vliegenramen op de slaapkamers, maar het is hier zo’n open huis, dat dat eigenlijk niet helpt. De nacht van woensdag op donderdag zou dus de laatste keer mogen geweest zijn dat ik door zo’n ellendig beest mij urenlang (of zo leek het toch) wakker hield, en deed twijfelen of het de moeite was om het licht aan te doen en op jacht te gaan (wat het toch nooit is, want ofwel vind je haar niet meer, ofwel eindigt het met een dikke rode vlek op de muur).

Ophangen ging gemakkelijk omdat ik vlak onder het dak slaap, en dus drie perfect geplaatste balken kon gebruiken om de haakjes in te boren. Het zal wel maar voor twee maanden zijn, want in september trekken Katrien en ik naar het appartement waar Martien nu nog zit, en ik weet niet of ik de huisbaas (zijnde ons vader) zover zal krijgen dat ik daar ook gaatjes mag boren.

Als je ’t ziet, denk je onmiddellijk aan een tent of een hemelbed. Vroeger (nog niet zo lang geleden eigenlijk) heb ik een hele tijd witte lakens rond mijn slaapplatform gehangen, wat het helemaal een tent-uitzicht gaf (maar nogal veel luchtcirculatie tegenhield). Nu is die sfeer er terug, maar dan zonder de nadelen. Alhoewel: ’t is nog een beetje zoeken, want het rek waar mijn wekker en zo op staan, ligt normaal ook buiten het net, en is dus moeilijker bereikbaar. Dat zou dan wel als voordeel moeten geven dat ik ’s ochtends meer kans heb om op tijd uit bed te komen.

Deze nacht heeft het alleszins gewerkt: ik heb aan één stuk door kunnen slapen. Al kan het natuurlijk ook zo zijn dat er gewoon geen muggen in mijn kamer zaten…

Ook nog aan de kassa gisteren:

“Goh Katleen, dat zakje is nu wel erg vuil hé. Hadden we niet beter die andere genomen?”
“Ach mevrouw, als ze weg is, zal dat nog vuiler worden hoor. Waar ga je eigenlijk naartoe meisje?”