Alles komt terug

Sinds de universiteiten waren gedemocratiseerd, wat inhield dat hij bijna elke week vele uren moest vergaderen om mensen die niets afwisten van de zaken waarover ze praatten, de gelegenheid te geven van hun democratische recht gebruik te maken er toch het hoogste woord over te voeren, ergerde hij zich.
Al drie jaar moest hij nu zijn tijd aan deze onbenullige nieuwigheid verknoeien. Tot wetenschappelijke arbeid van enige betekenis kwam hij niet meer.
[…]
Twee dagen had de Laboratoriumraad, samengesteld uit twee hoogleraren, twintig wetenschappelijke ambtenaren, vijftig studenten en dertig secretaresses, instrumentmakers, laboranten en schoonmakers, benevens de portier, hierover vergaderd van ’s ochtends elf tot ’s avonds elf. Er was gestemd. De stem van de portier – een luie communist – had de doorslag gegeven.

Een uittreksel uit de eerste twee pagina’s van Onder professoren, een roman van Willem Frederik Hermans uit 1975, waarin hij het verhaal vertelt van een professor aan een Nederlandse universiteit die de Nobelprijs wint, maar waar de politieke spelletjes om hem heen ertoe leiden dat hij steeds meer bijzaak wordt. Ik ben erin begonnen nadat Christophe Vekeman me in het oor fluisterde dat het zeker een aanrader is voor iedereen die ooit met ontzag naar een professor heeft opgekeken. Ik moet enkel nog aan toevoegen dat zeker ook studentenvertegenwoordigers, die regelmatig zelf de (ijdele) hoop hebben dat er iemand naar hun opkijkt (of toch tenminste niet op hun neerkijkt), er ook zeer veel plezier aan gaan beleven. Zeker de passages over de studenten die een actie plannen zijn ten zeerste aan te raden. Wat een heerlijke tijd, toen de studenten nog gewoon aan de kant van de arbeiders stonden. Maar wel met een Yamaha willen rondrijden…

“Duizend cc motor, dat gaat hard, kind. Als ik niet zo de pest had aan de politie, zouden we eventjes kunnen proefrijden. Maar weet je, ik zou voor het een of het ander aangehouden kunnen worden en ze zouden mijn rijbewijs kunnen vragen, dat ik niet heb. Daar zou ik eenvoudigweg niet tegen kunnen, begrijp je. Door zo’n klungel betrapt te worden! Zo’n oetlul het gevoel geven dat hij in zijn recht staat!”
“Dat zou ik dan maar niet doen.”
“Ik had het rij-examen wel gehaald, maar op een bepaald ogenblik dacht ik, toen die man zei: Nou linksaf, ik dacht: Jezus, man. Wie zegt jou dat ik linksaf moet en toen vond hij dat ik de bocht te krap nam.”
“Je bent te fijnbesnaard om rij-examen te doen.”

Eén reactie to “Alles komt terug”

  1. Fery Vanhemelryck Says:

    Dat ga ik zeker eens zoeken in de bib. Ziet er leuk uit.

Reacties zijn gesloten.


%d bloggers op de volgende wijze: